 Nu bij reportages in de rubriek
10 –tal vragen aan een topper!!!
In deze editie de vliegende sterreporter Johan Hamstra die op zijn mini accomodatie menige grote zijn hielen laat zien!
Lees, leer en geniet ervan!
Piet de Vogel
10 –tal vragen aan een topper!!!
1) Vertel kort iets over de wijze waarop je met de duivensport in aanraking bent gekomen.
Zoals zo velen ben ik in de sport gekomen door zowel mijn vader als mijn grootvader via moederskant. Vroeger, als klein kereltje in het “Oude Noorden” van Rotterdam hadden beiden op zolder, zoals zo velen in die tijd hun duiven. Daar ik altijd maar met pa Hamstra en opa Arie Vreugdenhil mee mocht naar de duiven is het gekende duivenbacil als het waren ook toegeslagen op mijn persoontje.
2) Hoe beoefen je de duivensport?
Voorheen beoefende ik jarenlang de sport met mijn vader. Eerst in compagnonschap en later door gebrek aan ruimte in combinatie met zoal Jaap Mellissant (vliegend onder de naam Hamstra-Mellissant) In deze tijd waren wij, dit zowel in de vader en zoon combinatie als met Jaap Mellissant samen geduchte concurrente in de toen der tijd grote Afdeling West van de N.B.V.Z. Toen aan deze combinatie door ontheffing van de locatie waar de duiven zich bevonden een verplicht einde kwam werd er een combinatie aangegaan met Hans Heezen en dit vliegend onder de naam Hamstra-Heezen. Maar na eenmaal getrouwd te zijn en dat er kinderen kwamen werd al vrijsnel de beslissing genomen om op eigennaam in het klein thuis achter in de tuin te gaan starten. Vanaf de winter van 1999/2000 beoefen ik dan ook de sport geheel zelfstandig. Tijdens vakanties wordt ik gelukkig altijd en eeuwig bijgestaan door de eerste jaren vader Kees en de laatste jaren door buurman Arie Huizer.
3) Welke spelsystemen speel je?
Op mijn kleine hokje beoefen ik met de ouden het gekende nestspel en dit in hoofdzaak op de vluchten van de Z.L.U. De jaarlingen worden hier, na als jong zelfstandig afgericht te zijn gespeeld vanaf het schapje en krijgen na diverse vitese- en midfondvluchten 1 of 2 dagfondvluchten.
4) Wat is je voersysteem?
Het voersysteem wat ik sinds jaren hanteer is tijdens het seizoen het vollebak systeem. In de winter voer ik ze uit de hand tot er een enkele gaan drinken. Dan als ze eenmaal gekoppeld zijn, en dit gebeurd hier op 1 april voer ik ze eenmaal daags en laat ik ze ruimschoots een halfuur van een vollebak genieten. Zo rond half mei komen er in de broedbakken potjes te hangen waarin ik dan het vollebak systeem hanteer. Dit wil hier op het hok zeggen dat ik iedere avond het nog aanwezige voer verwijderd en het potje overnieuw ruimschoots gevuld zal worden. De laatste dagen van en voor het inkorven wordt dit potje bij de koppels die meegaan meerdere keren per dag ververst zodat ze werkelijk kunnen eten wat ze willen. Tevens geef ik ze de laatste dagen ruimschoots snoepzaad, Tovo en zeker ook in grote getallen pinda,s. En met dit laatste bedoel ik dan ook “echt” ruimschoots. Niet 1 of 2 pinda,s, nee gerust dagelijks een eetlepel vol. Wel wil ik aangeven dat deze pinda,s wekelijks vers gehaald worden bij de notenboer.
5) Wat houdt voor jouw medische begeleiding in?
Uit de tijd dat ik nog programma speelden met mijn vader en tevens het vele lezen wat ik doe en ook nadat ik de laatste tien/elf jaar meer dan geregeld voor De Fondkrant op stap gaat bij zowel vluchtoverwinnaars als kampioenen is er als het waren gewoon een bijna vast medisch systeem ontstaan. Dit hou in dat ik ze na ingevlogen te zijn een geelkuur geeft van een zes- / zevental dagen. Enkele dagen voor inkorving van elke Z.L.U. vlucht geef ik ze iets voor de koppen en dit enkel en alleen op advies van Jan van Wanrooy. Maar het belangrijkste blijf ik toch vinden dat je op medisch gebied zeer zeker niet moet overdrijven en dat je sommige dingen ook aan moet voelen. In deze wil ik ook gelijk gebruik maken om mannen als Jan van Wanrooy van Belgica de Weerd uit Breda als Yves en Margot Aerts van Dierenkliniek Hulst uit Hulst te bedanken voor zowel hun tips als de adviezen.
6) Doe je bewust aan stamvorming?
Toen ik hier op eigen locatie begonnen ben was ik al snel van mening dat je enkel en alleen kan slagen met nakomelingen niet van goede duiven maar van superduiven. Dus niet van een of twee verschillende hokken kwamen er duiven, nee, er kwamen juist van verschillende hokken duiven maar wel enkel en alleen maar van de “echte” toppers. Namen en of rassen zeggen mij eigenlijk verders zeer weinig als de duiven maar daadwerkelijk uit die toppers komen. Zo ga ik sinds jaar en dag al vrijgoed om met vader en zoon Bakker eveneens uit Poortugaal. Al zou ik een mand vol met duiven van hun willen hebben zou ik ze zo kunnen gaan halen. Maar door de jaren heen heb ik enkel bij hun geïnvesteerd met aankopen uit hun toppers zoals, “De Perpignan”, “De 47”, “De Kleine Blauwe” als de stamvader “De Ouwe Rooie”. Alle bijgehaalde duiven worden wel altijd tegen nakomelingen van mijn basisduif, “De Walpot Doffer” gezet. Pakt zo,n kruising niet dan kunnen ze resoluut het veld ruimen, ongeacht hun afkomst. Dat sommige liefhebbers waar ik dan duiven uit hun toppers heb gehaald dit dan niet altijd even leuk vinden neem ik dan maar voor lief.
7) Stel een aantal van je topkwekers voor?
Mijn beste kweekster op dit moment is zonder twijfel mijn “Sandra”. Met verschillende doffers heeft deze duivin al duiven gegeven die bij de eerste honderd nationaal konden en wisten te spelen. Maar ook haar moeder, “Xandra”, die trouwens maar eenmaal op een Z.L.U. vlucht werd gespeel en meteen de vroegst geklokte duif van geheel West Nederland was met de 56e nationaal vanuit Perpignan mag er zeer zeker zijn. Buiten het fenomeen “Sandra” gaf ze diverse andere kinderen die zowel op eigenhok als bij anderen bruikbare tot goede duiven gaf. Zo komt mijn “Mitchell”, dit jaar mijn eerste van Pau 79e nationaal als mijn eerste van Tarbes met de 157e nationaal uit haar. “Xandra” zelf kwam rechtstreeks uit mijn basis duif, “De Walpot Doffer” (rechtstreeks Bram Walpot) die trouwens weer vrij zwaar ingeteeld was naar het meer dan gekende Superkoppel van Jan Walpot en Zn uit St. Philipsland. Als moeder had “Xandra” “Chantal” van Jan van Wanrooy uit Breda met ook weer de lijn van het vernoemde superkoppel van Jan Walpot in de aderen. Als doffers mag ik zeker bij mijn betere kweekduiven “De Bakker” als “De Lars” niet vergeten. “De Bakker” rechtstreeks uit “De 47” met zijn 6e nationaal Perpignan en 93e nationaal Perpignan in 1993 x “De Kleine Blauwe” van vader en zoon Bakker uit Poortugaal gaf zo al enkele tophonderd vliegers. “De Lars”, als kleinzoon van de Wereldberoemde “Rambo” en rechtstreeks van de combinatie Ophuizen – Marell uit het Limburgse Landgraaf is ook zo,n topper. Hij werd vader van zoal “Wendy” met de 80e nat. Narbonnen maar ook van mijn “Britt”. De laatst vernoemde speelde tot nog toe zes op zes met een 28e nat. en 59e int.nat. Pau, 118e nat. Perpignan en 165e nat. Bordeaux. Maar ook al tweemaal in de prijzen vanuit Barcelona.
8) Stel een aantal topvliegers voor?
Ondanks mijn jaarlijkse zeer kleine groepje aan oude duiven, afgelopen jaar acht in getal, dit trouwens aangevuld met een tiental tweejarigen zitten er gelukkig best enkele paradepaardjes tussen. Zo is mijn “Britt” met zes op zes en 28 nat. Pau, 118 nat. Perpignan en 165 nat Bordeaux een toppertje. “Mitchell” met tot nog toe drie op drie met o.a. 79 nat. Pau en 157 nat. Tarbes maar de beste tot nog toe sloot haar vliegcarrière afgelopen jaar op Perpignan meer dan subliem af. “Mijn Meissie” speelde in 2008 zoal de 76e nat. Barcelona en 61e nat. Perpignan. Tot nog toe werd ze uitgeroepen tot Beste Internationaal Duif van Nederland over Barcelona en Perpignan, Vijfde Beste Europees Duif over Barcelona en Perpignan etc. etc. Ook is ze nog een gedegen kandidaat voor de titel Beste Zware Fondduif Nederland voor de Master Award 2008 van Mariman. Ondanks het recentelijk uitgebrachte bod op haar is besloten om haar niet van de hand te doen en mag ze haar kunnen proberen door te gaan geven in de kweek.
9) Op welke prestaties ben je het meest trots!
Tja, eigenlijk ben ik wel trots op meerdere dingen in de sport. Alleen al dat ik door Toppigeons de “Tien vragen aan een topper” gesteld krijgt geven me een meer dan gevoel van voldoening. Ook de bijnaam die ik na zoal Barcelona 2005 verkreeg van “Tita Tovernaar” doen me veel. Maar het meeste trots ben ik gewoon om op een zeer klein hokje (voor mijn oude duiven 2.80 meter) om jaarlijks de nodigde gekende grote geregeld het water tot aan de lippen te bezorgen. Ook de gemaakte complimenten van vele groten over mijn spel met de duiven doen me meer dan goed. Ook ben ik wel zo realistisch en zal ik de woorden van mijn voorbeeld Piet de Vogel niet snel vergeten, “het ene jaar ben je dokter en het andere de patiënt”. Maar kijkend naar de uitslagen doen mij de twee superprestaties op Barcelona, van het jaar 2005 als van 2008 mij wel het meesten. Zeker als je zelf weet wat je, maar zeer zeker ook je concurrentie allemaal ter beschikking hebben.
Barcelona 2005 6 mee 5 prijzen
Fondclub Groot Rotterdam 211 duiven 1, 4, 7, 30 en 50
Attractie 374 duiven 2, 18, 26 en 92
Afdeling 5 1.165 duiven 5, 35, 53 en 225
Nationaal 7.491 duiven 18, 149, 242 en 1318
Nationaal dvn (3 mee) 2.298 duiven 10, 52 en 81
Internationaal 25.815 duiven 35, 296, 497, 3306 en 5438
Internationaal dvn (3 mee) 7.023 duiven 20, 108 en 168
Barcelona 2008 4 mee 4 prijzen
Attractie 369 duiven 9, 14, 77 en 88
Afdeling 5 1071 duiven 19, 45, 209 en 238
Nationaal 7043 duiven 76, 175, 995 en 1163
Nationaal dvn. 2247 duiven 20, 61, 302 en 351
Internationaal 23.708 duiven 126, 281, 1800, 2224
Internationaal dvn 6.520 duiven 35, 89, 507 en 630
10) Wat wil je nog kwijt.
Op deze vraag zou ik bladzijden vol kunnen schrijven. Zoals hiervoor al aangegeven ben ik bijzonder in mijn nopjes dat Toppigeons mij benaderde met “Vragen aan een topper”. Zelf zal en wil ik me helemaal niet tot de toppers rekenen want ik weet, ieder jaar is het weer opnieuw proberen om er bij te komen. Verders zal ik proberen nooit of te nimmer naast me schoenen te gaan lopen ongeacht de prestatie,s en ik zou het een zeer goede zaak vinden als andere dat ook eens wat meer zouden doen. Dus nogmaals, ik zal nooit de woorden van Piet de Vogel meer vergeten, “het ene jaar ben je dokter en het andere de patiënt” !!! Magische woorden eerst door Piet de Weerd en later veelvulidg gehanteerd door Frans van Peperstraten.
[ terug ]
|